FastCompany publiceerde onlangs een artikel over vertrouwen waarin Paul White beschrijft hoe je situaties van vertrouwen kan opbouwen. White bouwt een goed argument op dat de basis is van vertrouwen binnen kmo’s: je hoeft iemand niet op alle vlakken te vertrouwen. Je moet haar vertrouwen voor de opdracht waarmee ze bezig is.
Vergeleken met mijn vorige blogpost, bouwt White het concept van vertrouwen verder uit. Voor hem zijn er drie factoren in vertrouwen. Kan zij het? Kan ze het elke keer? En houdt ze rekening met jou? Hij noemt deze drie factoren de 3 C’s: competence, consistency en character (of consideration). Vervolgens geeft hij tips wanneer er iets misloopt:
Wanneer je iemand niet vertrouwt voor een situatie:
- Zoek zo specifiek mogelijk met welk aspect je haar niet vertrouwt.
- Welk van de 3 C’s is het probleem?
- In welke situatie vertrouw je haar wel?
- Op welke manier kan je je vertrouwen uitbreiden? Wat moet zij doen en in welke omstandigheden kan dat werken?
In het geval iemand jou niet vertrouwt, komt het erop neer te praten over je intenties en te tonen dat je het vertrouwen waard bent (zie vorige blogpost). Uiteraard, als er een concrete reden is waarom iemand jou niet vertrouwt, dan moet je die zien te vinden en actie ondernemen om de schade goed te maken (excuses, …). Ten slotte, schrijft White, bouw je aan de drie C’s: tonen dat je het kan (competence), dat je het consistent kan en dat je anderen hun belangen in consideratie neemt.
Dit is een post in de reeks over vertrouwen. In een startup is vertrouwen de sleutel waardoor we zo ver geraken. Als startup coach werk ik met iedereen zodat dit vertrouwen blijft, zelfs wanneer onze organisatie explosief groeit.